Circulaire economie: grenzen verleggen

 

Grenzen, dat is een voortdurend thema in de ontwikkeling van circulaire economie. Hoogst actueel, als je naar het huidige wereldtoneel kijkt. Grenzen leiden in politieke zin tot strijd en dat van kwaad tot erger. Ik kijk naar grenzen als scheidingen maar vooral als verbindingszones.

De ‚grens’ is een belangrijk kenmerk van ecologische systemen. Kijkt u, als voorbeeld, even mee naar de wereld van planners en bouwers.

Van A naar Beter” is de slogan van Rijkswaterstaat. Die gaat over de weg- of waterverbinding tussen A en B, maar ecologisch gezien is het de scheiding tussen C en D. De wegenbouwers kijken naar voren en zien dan de verbinding, de ecoloog kijkt naar links en rechts en ziet gescheiden landschappen. Het Deltaplan gaat over de scheiding van nat en droog. De ecoloog vraagt hoe de verbinding tussen nat en droog vorm krijgt. Dat is het kenmerk van grenzen: het overbruggen van verschillen: tussen nat en droog, hoog en laag, zout en zoet, zwart en wit of natuur en cultuur of nog scherper tussen economie en ecologie inclusief de sociale dimensies. Dat is de grote opgave waar we als samenleving nu voor staan.

De ontwikkeling van Circulaire Economie en de bijbehorende ontwikkeling van Grondstoffenbeleid, zet het gevoel van urgentie, dat er verlammende grenzen zijn, sterk aan. Aan de ene kant zeggen wij: dus stapsgewijs aan de gang met wat haalbaar is (huidige praktijk: Van Afval naar Grondstof) en de noodzakelijke richting (andere businessmodellen met nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden). Daarin is een spanning te herkennen bij de transitiepaden Circulaire Economie op basis van het Grondstoffen Akkoord. We lijken weer te gaan strijden voor ons eigen gelijk, een grensgevecht dat heel veel energie kost met uiteindelijk nauwelijks resultaat. Coöperatief en toekomstgericht, dat is de echte vorm van beschaving! Of heeft iedereen ook hier zijn eigen ‚green frontier’?

Harde en zachte grenzen

In ecologische zin zijn harde grenzen (die weg, de kademuur, de klassieke dijk), op zijn gunstigst nog een beetje interessant als er een specifiek beheer wordt gevoerd. Maaien en afvoeren kan leiden tot mooie dijkhellingen en een kademuur kan bijzondere soorten herbergen. Kleine eilanden met een beperkte eigen kwaliteit. De grens als scheiding, de limes convergens.

Zachte grenzen zijn interessanter. Een zachte grens, de limes divergens, is de verbinding tussen bijvoorbeeld de overgang van nat naar droog met als belangrijkste karakteristiek: de diversiteit. De ecoloog ziet de moerassige overgang van nat naar droog recht voor zich en van inks naar rechts een ecologische verbindingszone. De grens is een verbinding geworden.

Er zijn wel harde grenzen aan de groei. We weten dat er slechts één voorraad grondstoffen is die de Aarde vormt. Bij het winnen van die grondstoffen lopen we tegen de grenzen aan van het acceptabele. De planeet wordt leeg geschraapt met grote schade door uitputting en het verdwijnen van kostbare ecosystemen.

De 'moderne' wereld dacht tot voor kort dat er een harde grens is tussen ecologie en economie. Circulaire economie geeft een perspectief op verbinding: ecologie en economie zijn natuurlijk verbonden. De opgave is om de kracht van de zachte verbinding te ontwikkelen zodat er nieuwe waarden ontstaan voor de economie en tegelijkertijd voor de ecologie en daarmee ook voor mensen. We hebben er een ‚taal’ voor gevonden in de circulaire economie, die gebaseerd is op ecologische principes.

Toch zien we nu al grensgevechten ontstaan in de circulaire economie: is een nationale grondstoffenpolitiek noodzakelijk? Of zoeken we naar oplossingen voor hergebruik van afval, van afval naar grondstof? Of gaat het om werkelijk nieuwe business, vandaag en morgen? Hoe worden economie en ecologie (en natuurlijk de samenleving) tot een 'samen en levend' systeem? Is de echte grens hier het verschil van kijken naar het verleden en het bestaande én het kijken naar vernieuwing en verandering voor de toekomst die nu begint?

Voor de ontwikkeling van circulaire economie is het realiseren van verbindende grenzen de transitie-opgave: diversiteit en kwaliteit versterken! De grens wordt de verbinding naar biodiversiteit, de kwaliteit van het leven, werk, respect voor de natuur en voor de planeet. Van concurrentie naar coöperatie. Of zoals de ecoloog zegt symbiose.

Zachte grenzen, verbindende grenzen, als dragende factor voor de toekomst.